(Dit stuk is een reactie op islamologe Anne Dijk, opgetekend in het artikel Moslims vrezen het ergste. (Trouw, 4 Februari 2017, hier te lezen.)

Beste Anne,

allereerst een welgemeende salaam alaikum wa rahmatullahi wa barakatuh.

Het zijn roerige tijden. Zeker voor moslims. In dat opzicht alleen al ben ik blij zelf geen moslim te zijn. In het verharde klimaat anno nu is er weinig inhoud, nuance en bereidheid de ander te begrijpen. Je signaleert dat ook, en benoemt het terecht als een probleem.

Er zijn een paar stevige kanttekeningen te plaatsen bij het artikel, en daarmee ook bij jouw inbreng. Zo zeg je in de laatste alinea, luisterend naar de ideeën die je in de Balie hoorde:

Zo ging het in de jaren dertig ook: eerst de denkers, dan het volk. Het begon niet met de gaskamers.

Wat je hier lijkt te zeggen is dat je een parallel ziet tussen de opkomst van Nazi-Duitsland en de huidige politieke staat van zijn. Elders in het artikel komt dit ook naar voren, bijv. door Cemil Yilmaz. Rommelen aan grondwetten, inreisverboden voor bepaalde groepen; we’ve seen it all.

Ik zal niet zeggen dat je volkomen ongelijk hebt (want dat heb je niet). Ook ik zie ontwikkelingen die me zorgen baren. Maar, de term ‘moslimhaat’, zoals de eerder in het artikel bezigt, vind ik een gevaarlijke. En wel om de volgende redenen.

Moslim
Het gros van de mensen die je ‘moslimhater’ zou kunnen noemen hebben geen probleem met moslims. Ze hebben een probleem met de islam. Die hebben veel met elkaar te maken, maar zijn niet gelijk aan elkaar. Zoals je zelf zegt: “eerst moest ik bevrijd worden van mijn achterlijke geloof”. De meeste ‘moslimhaters’ zullen dat inderdaad prima vinden. “Als jij stopt met de islam, stoppen wij met haten.” Dat was bij de Joden in de jaren dertig natuurlijk nicht im Frage.

Haat
Dan de term zelf: ‘haat’. Veel uitingen lijken weliswaar op haat, maar komen voort uit angst. Sommige mensen zetten dit om in haat, anderen in onverschilligheid, weer anderen in het zoeken van het dialoog. De angst is de kern van het probleem, de haat ‘slechts’ het verschijnen ervan. Andersom geldt dat trouwens ook; veel politici kijken naar de aanslagen, zoals door IS gepleegd en twitteren: “Verschrikkelijk, al die haat!” Ook dat voorbij aan de kern; de aanslagen komen keurig voort uit de Koran en de hadith, en niet uit ‘zomaar blinde haat’. Niet dat dit de enige manier van interpreteren is, maar o.a. politieke spanningen kunnen deze wel makkelijk populair maken.

Willekeur
De term, en de retoriek in het artikel, schetst een beeld van blinde haat jegens (of, angst voor) een willekeurige groep, nu toevallig de moslims. Alsof er geen enkele reden voor zou zijn om juist voor deze groep bang te zijn. Ik denk echter dat velen prima redenen weten aan te wijzen waarom het juist de moslims zijn waar ze bang voor zijn. Moorden als die op Theo van Gogh, de aanslagen van de laatste jaren, de oproepen tot moord in de Koran, het bestaan van het eerder genoemde IS; voor veel mensen redenen om juist de moslims in het verdachtenbankje te plaatsen.

Al met al bewijzen we de wereld geen dienst door kritiek op of angst voor de islam te framen als ‘moslimhaat’. Dat slaat het gesprek dood dat we juist zo hard nodig hebben. Enerzijds moeten de echte ‘moslimhaters’ (en bepaalde politici) zichzelf én de ander moeten onderzoeken en ontdekken dat er een verschil is tussen de islam en de moslims. Anderzijds moeten de moslims (en bepaalde politici) stoppen met doen alsof ‘moslimhaters’ het allemaal op de moslim zelf hebben gemunt. Ze zijn vaak bang voor de islam, en voelen zich net zo goed slachtoffer.

Laten we stoppen met ‘moslimhaat’. Zowel met de term, als met de betekenis. Alleen dan komen we verder.

Ma’a salama,

Mark Eikema

 

Advertenties